Netwerken, zoals het Internet, gaan eveneens gepaard met nadelige gedragingen
: blogs met lasterlijke informatie, pedofiele sites, racistische, xenofobe of
negationistische sites, peer to peer sites, etc.
Bijgevolg is het logisch dat voor die strafrechterlijke overtredingen en/of
burgerlijke fouten, het (burgerlijke en strafrechterlijke)
aansprakelijkheidsrecht dient te worden toegepast, maar niet steeds op dezelfde
manier. Er zijn namelijk verschillende partijen actief op het Web, en de vraag
wie aansprakelijk kan worden gesteld, is daarbij van fundamenteel belang.
Vooreerst zijn er diegenen die de illegale of niet conforme inhoud hebben
opgesteld, die namaak hebben gepleegd, etc. Dat zijn de uitgevers of auteurs van
inhoud.
Vervolgens kan die schadelijke informatie enkel op het net worden vertoond omdat
één of meerdere activiteiten door tussenpersonen worden gepresteerd : toegang
tot het Internet, “mere conduit” (doorgeefluik), hosting, opslag in de vorm van
caching, etc. Kunnen zij dan aansprakelijk worden gesteld voor die informatie
die ze doorgeven?
Voor elk van die tussenkomende partijen zullen we de aansprakelijkheid nagaan.
Daarvoor verwijzen we naar de volgende praktische fiches :
Elk individu, wie ook (vanaf het ogenblik dat het beschikt over een
onderscheidingsvermogen) is als eerste aansprakelijk voor zijn daden. Dat is de
reden waarom, indien deze aan de oorsprong ligt van een boodschap uitgegeven in
het kader van een discussieforum (beter bekend onder de naam ‘Chat’), of indien
deze omstreden boodschappen of nagemaakte werken verspreidt op een site waarvan
hij/zij de auteur is, hij/zij het aldus gecreëerde nadeel zal moeten herstellen.
Wie informatie verspreidt aan het publiek door middel van netwerken (of andere
procédés), dient zich bijgevolg te houden aan bepaalde verplichtingen die
verband houden, hetzij met de geoorloofdheid, hetzij met de kwaliteit van de
verspreide inhoud.
Bovendien moet de verspreide informatie verzameld, verwerkt en verspreid zijn in
naleving van de wettelijke voorschriften (verplichtingen die verband houden met
de geoorloofdheid). Zo is het verboden om auteursrechterlijk beschermde werken
toegankelijk te maken op een site die men heeft gecreëerd (schending van de
auteursrechten). Bovendien moet men rekening houden met de bepalingen van de wet
tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van de
geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens. Tenslotte dient nog rekening
te worden gehouden met een aantal wettelijke regels die verbieden dat bepaalde
geheimen (medische, beroepsgeheimen, etc.) worden verspreid. In dat geval zal
sprake zijn van een aansprakelijkheid ten aanzien van derden, waarbij het
geschil vaak een waardenconflict is dat enkel kan opgelost worden door het
afwegen van de belangen in kwestie (vrijheid van meningsuiting tegen beeldrecht,
recht op eerbied, recht op eerbiediging van het privé-leven).
Op het strafrechterlijke vlak kunnen de toepasselijke normen verschillend zijn:
de bepalingen van het Strafwetboek (artikel 444), de wet van 30 juli 1981 tot
bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, de wet van
30 april 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten, etc.
Anderzijds kan de informatie die verzameld, verwerkt en aan het publiek werd
meegedeeld overeenkomstig de specifieke wettelijke bepalingen echter onjuist,
onvolledig of vervallen zijn, en, bijgevolg, een nadeel veroorzaken voor derden
of voor de directe of indirecte bestemmelingen van de informatie. In dat geval
is het de voor iedereen geldende plicht tot voorzichtigheid die overtreden
wordt, en niet een welbepaalde norm. Het zijn uiteraard de regels van het
gemeenrecht inzake burgerlijke aansprakelijkheid die hier moeten worden
toegepast, meer bepaald de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.
De aansprakelijkheid van de tussenpersonen is a priori niet eenvoudig. Het
principe is dat ze, naargelang van de activiteit die ze uitoefenen, geen enkele
burgerlijke of strafrechterlijke aansprakelijkheid dragen. Vooreerst zijn de
activiteiten betreffende de toegang tot een netwerk en “mere conduit”
(doorgeefluik) volledig vrijgesteld van aansprakelijkheid onder voorwaarden. Ten
tweede zijn de activiteiten betreffende de hosting en de opslag in de vorm van
caching van de informatie op vraag van een bestemmeling, gedeeltelijk
vrijgesteld, indien voldaan wordt aan een aantal eisen. Die vrijstellingstelsels
worden bepaald door de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische
aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij.
Voor alle andere activiteiten zijn er geen zones van niet-aansprakelijkheid
vastgesteld. Bijgevolg is het gemeenrecht inzake aansprakelijkheid van
toepassing. Dat wil geenszins zeggen dat de dienstverleners die als
tussenpersoon optreden en die een activiteit uitoefenen die niet vrijgesteld is
door de wet van 11 maart 2003, automatisch aansprakelijk zijn. Er moet namelijk
ook voldaan worden aan de normale voorwaarden inzake aansprakelijkheid.
De ISP is niet aansprakelijk voor de informatie die hij toegankelijk maakt,
indien hij voldoet aan de drie volgende cumulatieve voorwaarden :
De ISP is niet aansprakelijk voor de informatie die hij toegankelijk maakt,
indien hij voldoet aan de drie volgende cumulatieve voorwaarden:
De transmissieactiviteit bestaat erin op de netwerken informatie mee te delen die verstrekt wordt door iedere natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van een dienst van de informatiemaatschappij, met name om een informatie op te zoeken of toegankelijk te maken. Worden eveneens beschouwd als transmissieactiviteiten : de automatische, tussentijdse of voorlopige opslag van informatie die enkel werd gerealiseerd met het oog op de transmissie daarvan. Maar opgelet! Die opslagactiviteiten mogen niet verward worden met de opslag die wordt gerealiseerd op vraag en voor rekening van een bestemmeling van een dienst (dat is namelijk hosting zoals bedoeld in artikel 20 van de wet van 11 maart 2003), en al evenmin met de automatische, tussentijdse en voorlopige opslag van de kopieën van gegevens op phishing sites om latere raadplegingen te vergemakkelijken (systeem van caching zoals bedoeld in artikel 19 van de wet van 11 maart 2003).
De “mere conduit” activiteiten vallen eveneens onder het stelsel van
volledige vrijstelling, en de verleners van die dienst zullen bijgevolg niet
aansprakelijk worden gesteld voor de informatie die ze doorgeven indien ze niet
aan de oorsprong liggen van de informatie (eerste voorwaarde), indien ze de
bestemmeling van de transmissie niet selecteren (tweede voorwaarde), en indien
ze de informatie die het voorwerp uitmaakt van de transmissie niet wijzigen of
selecteren (derde voorwaarde).
Net zoals voor de ISP is die vrijstelling enkel van toepassing indien de
tussenpersoon geen actieve rol speelt bij de transmissie en op geen enkele wijze
betrokken is bij de doorgegeven informatie. Bovendien zijn de verleners van een
“mere conduit” activiteit niet gehouden aan :
De hosting activiteit zoals bedoeld in de wet van 11 maart 2003 bestaat erin om op vraag van en voor rekening van de klant, informatie te bewaren die door deze laatste werd verstrekt. Op die wijze kan de klant de informatie plaatsen die hij wil, zonder onderworpen te zijn aan een voorafgaand toezicht van de dienstverlener.
De host server wordt vrijgesteld van zijn (burgerlijke en
strafrechterlijke) aansprakelijk wanneer hij:
Dat is een activiteit die erin bestaat kopieën te maken van
regelmatig geraadpleegde sites ("phishing sites") en die tijdelijk op te slaan
op relais servers die worden geïnstalleerd door de ISP of leveranciers van
zoekmachines. Deze techniek maakt het niet alleen mogelijk om de verbinding met
verafgelegen sites te verbeteren, maar ook om de netwerken te ontlasten en aldus
hun prestaties te verhogen.
Deze activiteit is vrijgesteld door artikel 19 van de wet van 11 maart 2003 op
voorwaarde dat de dienstverlener snel optreedt om de informatie te verwijderen
die hij heeft opgeslagen of om die onbereikbaar te maken zodra hij er effectief
kennis van heeft, hetzij dat de informatie aan de oorsprong van de transmissie
ingetrokken werd van het netwerk, of, hetzij dat de informatie onmogelijk is
gemaakt, of dat een gerechtelijke of administratieve overheid het bevel heeft
gegeven om de informatie in te trekken of de toegang daartoe onmogelijk te
maken. Bovendien moet hij de Procureur des Konings inlichten over de effectieve
kennis van één van die feiten opdat deze laatste maatregelen kan nemen
overeenkomstig artikel 39bis van het Wetboek van Strafvordering. In dat geval
mag de dienstverlener enkel maatregelen nemen die erin bestaan de toegang tot de
informatie te verhinderen, zolang de Procureur des Konings geen beslissing heeft
genomen inzake het kopiëren, de onbereikbaarheid en de intrekking van de
documenten die gestockeerd worden in een computersysteem.
Bovendien is de dienstverlener die aan "caching" doet, gehouden aan een
onthoudingsplicht waaraan hij tevens ondergeschikt is om in aanmerking te komen
voor de vrijstelling van aansprakelijkheid. Zodoende is de dienstverlener
verplicht:
Een hypertext-koppeling heeft de vorm van een woord (of een beeld) (doorgaans)
in het blauw, waarachter een bestemmingsadres verborgen zit. Door op die link te
klikken, wordt men rechtstreeks doorverwezen naar een andere website. Die links
zijn heel nuttig omdat ze aan de internetgebruiker de mogelijkheid bieden om te
beschikken over enige structurering van de op de netwerken, zoals het Internet,
beschikbare informatie.
Het principe is dat iedereen op zijn site hypertext-koppelingen kan maken naar
de site van iemand anders, op voorwaarde dat aan een aantal eisen wordt voldaan.
Voor het creëren van een eenvoudige hyperlink, dat wil zeggen verwijzen naar de
onthaalpagina van een andere site, is geen enkele toestemming vereist. Voor het
plaatsen van een diepe link, die met name rechtstreeks verwijst naar een
precieze inhoud (Wordbestand of PDF-bestand, etc.), daarentegen, is wel een
toestemming nodig. Zonder in detail te treden, zijn er nog een aantal regels die
verband houden met het auteursrecht, het merkenrecht, de mededingingsregelingen
of de handelspraktijken die eveneens in aanmerking moeten worden genomen, naast
de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.
Deze materie is nog niet definitief geregeld en het enige wat met zekerheid kan
gesteld worden is dat de provider van een hypertext-koppeling burgerlijk en/of
strafrechterlijk aansprakelijk kan worden gesteld indien hij kennis heeft van
het illegale karakter van de site waarnaar hij verwijst.
Zoekmachines
zijn programma’s die de webpagina’s voortdurend doorbladeren en die automatisch
inventariseren in een database. De best gekende is ongetwijfeld "Google".
Aangezien een zoekmachine in feite een compilatie van hypertext-koppelingen is,
is het aansprakelijkheidsstelsel dat van toepassing is voor de providers van
zo’n zoekinstrument nagenoeg identiek met dat van de providers van
hypertext-koppelingen. Dat betekent dat de provider niet aansprakelijk zal
worden gesteld wanneer hij niet weet dat de site waarnaar verwezen wordt, een
illegale inhoud bevat, noch wanneer hij, na te beschikken over zo’n kennis,
alles in het werk stelt om de site van de database te verwijderen.
Praktische fiches gerealiseerd door de CRID, onder de coördinatie van Yorick Cool en Romain Marchetti