‘Blogs’ (of ‘weblogs’) kunnen het best omschreven worden als een soort kranten of agenda's op het internet die de meningen of gebeurtenissen in het leven van een welbepaalde persoon beschrijven. De blog, een persoonlijke webpagina, wordt regelmatig door die persoon (de "blogger") geactualiseerd en biedt hem of haar de mogelijkheid om snel artikels, nota's of foto's op het web te publiceren. Bepaalde personen gebruiken hun blog simpelweg als een intieme agenda voor naaste familie en vrienden. Anderen bouwen websites op met actualiteit en discussiemogelijkheid, waarop redacteurs en moderators artikels schrijven en selecteren die vervolgens van commentaar worden voorzien door honderden of duizenden lezers, waardoor hun blog eerder een themagericht discussieforum wordt. Het spreekt voor zich dat de inhoud van de blogs niet altijd getuigt van even goede smaak. Er moet wel benadrukt worden dat een blog geen alleenstaand gegeven is, maar slechts een deel van wat de blogosfeer wordt genoemd. De volgende fiche doet dit uit de doeken.
De blogosfeer is de term die gebruikt wordt om het ganse netwerk van blogs te benoemen. Blogs zijn namelijk zeer sterk onderling verbonden: bloggers lezen andermans blogs, verwijzen naar elkaar in hun eigen schrijfsels, plaatsen hyperlinks naar websites van medebloggers. Door deze verwevenheid is er onder de bloggers een soort ‘blogcultuur’ ontstaan, een aantal ongeschreven wetten van de ‘blogscène’. Bloggers en niet-bloggers die deze gedragsregeltjes met de voeten treden door bijvoorbeeld reacties te verwijderen en plagiaat te plegen, of die de verkeerde techneut tegen het hoofd stoten, kunnen het slachtoffer worden van elektronische haatcampagnes. Wanneer dit een zekere proportie aanneemt, wordt gesproken van een ‘flame war’. Met ‘flamen’ wil men het constant heen en weer beledigen van de betrokken partijen duiden. Een andere manier om de schending van de gedragscode af te straffen bestaat erin om deze persoon te isoleren of dood te zwijgen.
Ja, mits eerbiediging van het recht op afbeelding: personen die zijn
afgebeeld op foto’s kunnen zich in principe verzetten tegen de verspreiding van
hun afbeelding zonder dat zij daartoe hun toestemming hebben gegeven. Dit wordt
gesteld in artikel 10 van de Auteurswet: "De auteur of de eigenaar van een
portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft,
heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mede te delen zonder
toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na diens
overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden". Opdat iemand het
recht op afbeelding kan inroepen, moet de persoon op de foto kunnen worden
geïdentificeerd. Het recht op afbeelding is niet van toepassing op personen die
langs achteren of in een menigte werden gefotografeerd.
Aldus moet in principe de toestemming van de persoon op de foto worden gevraagd.
Voor publieke personen en privé-personen die tijdelijk in het openbare leven
treden, wordt deze toestemming als impliciet beschouwd, voor zover de foto's met
betrekking tot het openbare leven van de betrokkenen worden gepubliceerd in een
context van gebeurtenissen die met de actualiteit te maken hebben. Volgens de
rechtspraak impliceert de toestemming van iemand om een foto te maken niet dat
hij toestemming geeft om zijn foto te reproduceren of mee te delen aan het
publiek. De rechtspraak bevestigt tevens dat men er niet vanuit mag gaan dat de
persoon op de foto toestemming geeft om voor alle doeleinden te beschikken over
de negatieven: de uitdrukkelijke toestemming tot publicatie is vereist.
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bracht in
2002 advies uit over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van
minderjarigen op het Internet.
Dit advies stelde dat "ook foto's het voorwerp zijn van een specifieke
bescherming, omkaderd met de theorie van het recht op afbeelding. Krachtens deze
bepalingen moet in principe voor ieder gebruik van zijn foto de toestemming van
de betrokken persoon worden bekomen. Wanneer het een verspreiding van foto's van
minderjarigen betreft, moet niet alleen hun voorafgaande toestemming worden
bekomen maar ook deze van hun ouders in geval het kind de leeftijd van
onderscheidingsvermogen nog niet heeft bereikt. Deze toestemming moet op een
specifieke en nadrukkelijke wijze worden bekomen : een handtekening die een
algemene toelating inhoudt in het begin van het schooljaar die terzelfder tijd
andere activiteiten dekt van de leerlingen, is niet voldoende. Het te
ondertekenen document moet op een nauwkeurige wijze verwijzen naar de soort(en)
foto('s) die zullen verspreid worden op het internet en naar het doel van deze
verspreiding; de toelating vragen voor elk type van publicatie dat in overweging
wordt genomen zodat de ouder zich bijvoorbeeld kan verzetten tegen het online
afbeelden van het portret van zijn kind, terwijl hij wel de verspreiding van de
klasfoto accepteert".
Ja, indien dit gebeurt met eerbiediging van de auteursrechten op de foto. Het gebeurt dikwijls dat een persoon een foto uit een boek of een tijdschrift scant of digitaliseert met de bedoeling ze op zijn blog te plaatsen. In zulk geval is het best mogelijk dat de foto beschermd is door het auteursrecht. Een fotografie kan, aldus het Hof van Cassatie, de bescherming genieten van de Auteurswet op voorwaarde dat zij de uitdrukking is van de intellectuele inspanning van de maker ervan, welke voorwaarde onontbeerlijk is om aan het werk het vereiste individuele karakter te geven waardoor een schepping ontstaat. Het is daarbij unaniem aanvaard dat het scannen of digitaliseren van een werk een reproductie is en onder het auteursrecht valt. Hieruit volgt dat je een foto doorgaans niet mag digitaliseren en op de blog plaatsen zonder het akkoord van houder van de auteursrechten op de foto. Naast de toestemming van de houder van de rechten moet men tevens, al naargelang het geval, de toestemming krijgen van de gefotografeerde persoon of van de auteur van het gefotografeerde voorwerp (zie andere fiche).
De essentie van blogs draait om het uiten van eigen opvattingen, om het spuien van concepties. Het recht op vrije meningsuiting is echter geen absoluut grondrecht; het is onder meer beperkt door de bepalingen betreffende laster en eerroof. Ook bloggers moeten met deze strafbare handelingen rekening houden. Al dan niet onder de veilige vleugels van de anonimiteit wagen bloggers zich wel eens aan commentaren die als beledigend opgevat kunnen worden. Het enorme bereik van het internet maken weblogs echter bijzonder gevoelig voor aanklachten wegens smaad, laster of eerroof. In België geldt dan de gewone strafwet. Wie zich benadeeld voelt, kan bovendien bij een burgerlijke rechtbank een eis tot schadevergoeding indienen. Om een escalatie te vermijden, kan de blogger het aanstootgevende bericht aanpassen of verwijderen. Dat betekent natuurlijk niet dat bloggers zelf geen rechten zouden hebben. De wettelijke bepalingen inzake laster en eerroof mogen nooit aangewend worden om bloggers af te dreigen of de mond te snoeren.
Blogs staan per definitie niet op zichzelf. In de blogosfeer hangen ze aan
elkaar door het netwerk van hyperlinks. Het is eigen aan het genre om
schrijfsels van mede-bloggers te kopiëren, te recycleren of te becommentariëren.
Tussen bloggers bestaat er een soort van ‘gentleman’s agreement’ om elkaars
intellectuele eigendom te respecteren. Wie materiaal van een mede-blogger
overneemt of manipuleert, wordt verondersteld naar de originele locatie te
verwijzen. Het lijkt er dus op dat er geen juridische geschillen over
auteursrechten zullen rijzen zolang het ‘knip- en plakwerk’ beperkt blijft tot
‘werken’ van bloggers zelf. Dit is echter niet het geval. Nu er steeds meer
professionele contentverstrekkers beginnen toe te zien op de naleving van het
auteursrecht, lopen bloggers die ongeremd ‘knippen en plakken’ een veel grotere
kans op een veroordeling. Het behoeft geen herhaling dat de auteursrechtelijke
normen voor alle burgers gelden.
Fiches opgesteld door het ICRI, gecoördineerd door Simon Duerinckx