Een domeinnaam is de unieke naam van een computer op het internet; iets wat
hem dus onderscheidt van alle andere computers. Elke website op het internet
bevindt zich op een computer, die dan “server” wordt genoemd. Alle servers
hebben een uniek IP-adres dat samengesteld is uit een unieke reeks nummers,
zoals bijvoorbeeld “207.142.131.235”. Om toegang te krijgen tot een bepaalde
website kan men in een webbrowser zoals Internet Explorer dit IP-adres
ingeven. Maar het wordt vlug duidelijk dat zulke nummers moeilijk te
onthouden zijn. Daarom werd er een Domain Name System (DNS) ontwikkeld zodat
elk IP-adres geassocieerd kan worden met een naam, die domeinnaam wordt
genoemd, bvb.
www.internet-observatory.be. Op die manier kunnen we een makkelijk te
onthouden domeinnaam ingeven, die door het DNS omgezet wordt in een
bijhorende IP-adres, waardoor het mogelijk wordt websites te bezoeken. Sinds
1998 staat ICANN in voor het management van dit DNS.
De Belgische wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk
registreren van domeinnamen geeft de volgende omschrijving van een
domeinnaam: “een alfanumerieke weergave van een numeriek IP (Internet
Protocol) adres dat het mogelijk maakt een op het Internet aangesloten
computer te identificeren; een domeinnaam wordt geregistreerd onder een
domein van het eerste niveau, dat ofwel overeenstemt met een van de
generieke domeinen (gTLD) die werden bepaald door de Internet Corporation
for Assigned Names and Numbers (ICANN), ofwel met een van de landcodes (ccTLD),
zulks krachtens de norm ISO-3166-1”.
Elke domeinnaam eindigt in wat men een ‘top level domain (TLD) name’ noemt. Er bestaan twee soorten ‘top level domeinen’, namelijk ‘generic Top Level Domains’ (gTLDs) en ‘country code Top Level Domains’ (ccTLDs). De laatstgenoemde bestaan uit twee letters en zijn in het algemeen gebonden aan een bepaald land, vandaar ‘country code’ of ‘landencode’. Voorbeelden zijn bekend: .be (voor België), .us (voor de Verenigde Staten), .fr (voor Frankrijk). Het beheer van de ccTLDs is door ICANN gedelegeerd aan telkens één manager per land opdat het beheer van de ccTLD zo goed mogelijk in lijn kan worden gebracht met de economische, culturele en juridische omgeving van dat land. Voor België is het beheer van het domein .be gedelegeerd aan DNS.be, in het Verenigd Koninkrijk wordt .uk beheerd door Nominet, enzovoort. Om eenduidig te blijven met de andere praktische fiches is het belangrijk te onderstrepen dat deze aangeduide managers grosso modo dezelfde functie hebben als de ‘Registry Operators’ (zie andere fiche) en wordt het feitelijke registreren meestal niet door hen verricht maar door agentschappen of ‘registrars’ die door ICANN geaccrediteerd moeten zijn.
De gTLDs bestaan daarentegen uit drie of meer letters. In 1980 werden er
zeven ‘gTLDs’ gecreëerd: (.com, .edu, .gov, .int, .mil, .net, .org). In 2001
en 2002 kwamen daar zeven nieuwe gTLDs bij, die ‘new gTLDs’ genoemd worden:
.biz, .info, .name, .pro, .aero, .coop, .museum. Er zijn twee criteria om de
gTLDs in te delen: enerzijds is er het restricted/unrestricted karakter van
de doelgroep van het domein en anderzijds is er het sponsored/unsponsored-karakter
van het domein.
Enkel in .com, .net, .org, .info mag eender wie, zonder restricties, een
domeinnaam laten registreren, met als gevolg dat deze domeinen ‘open,
unrestricted domains’ worden genoemd. In de andere top level domeinen (.edu,
.gov, .int, .mil, .biz, .name, .pro, .aero, .coop, .museum) is de
registratie van domeinnamen afgebakend op basis van de doelgroep die beoogd
wordt, zodat het bijvoorbeeld onmogelijk is dat een NGO een domeinnaam in
het .int-domein verkrijgt. Het .int-domein is nu eenmaal voorbehouden aan
internationale organisaties, en dit zijn organisaties die opgericht zijn
door een internationaal verdrag tussen regeringen. Een ander voorbeeld is
het .edu-domein: .edu is beperkt tot de Amerikaanse onderwijsinstellingen,
wat bijvoorbeeld uitsluit dat de K.U.Leuven de domeinnaam www.kuleuven.edu
laat registreren.
Daarnaast onderscheidt men sponsored en unsponsored gTLDs. De sponsored
gTLDs zijn:.aero, .coop, .edu, .gov, .mil en .museum; de andere gTLDs zijn
dus unsponsored. In het algemeen kan men stellen dat een ‘unsponsored TLD’
onderworpen is aan de regels die uitgevaardigd zijn door de globale
internetgemeenschap via ICANN, terwijl een ‘sponsored TLD’ een
gespecialiseerde TLD is met een Sponsor die de beperkte gemeenschap
vertegenwoordigd die het nauwste verbonden is met de TLD. In deze context is
een Sponsor een organisatie die de bevoegdheid gedelegeerd krijgt om
bepaalde aspecten van de werking van het sponsored TLD te regelen. Zo kiest
de Sponsor de registry operator van het domein en bepaalt hij in bepaalde
mate de functies van de registrars en hun verhouding met de registry
operator. Bij unsponsored domains is het ICANN die de registry operator
aanduidt, en die de verhouding tussen registrars en de registry operator
volledig regelt.
Cruciaal is dat de Sponsor steeds handelt in het belang van die beperkte
gemeenschap, dit is de beperkte groep personen die aan de
geschiktheidsvereisten voldoen om een domeinnaam in dat domein te laten
registreren. Zo zal de Sponsor van het .museum-domein, met name MuseDoma
(Museum Domain Management Association), volgens het Charter de belangen
dienen van de internationale museumgemeenschap, waarbij een definitie van
museum wordt gegeven en een opsomming van instellingen die als museum
beschouwd worden voor de toepassing van het Charter.
Per Top Level Domain duidt ICANN een registry operator aan die zowat de eindverantwoordelijke is voor dat specifieke domein. In het geval van een sponsored TLD duidt ICANN de sponsor aan, en is het de laatstgenoemde die de registry operator kiest. Tegenwoordig is het meestal niet meer de registry operator die instaat voor het registreren van domeinnamen, maar gaat deze wel individuele ‘Registry-Registrar Agreements’ aan met de verschillenden registrars. De inhoud van deze Agreements is wel vastgelegd in een, naargelang het geval, ‘Registry Agreement’ of ‘Sponsorship Agreement’. Het zijn de registrars – in België vaak ‘agenten’ genoemd – die instaan voor het registratieproces, en bij de registratie van een bepaalde domeinnaam verzenden ze de noodzakelijke Domain Name System (DNS)-informatie naar de registry van het bijhorende (top level) domein. De ‘registry’, die beheerd wordt door een ‘registry operator’, verkrijgt deze DNS-informatie van domeinnaam-registrars en plaatst die informatie in een gecentraliseerde databank. Kortweg staat de registry (operator) in voor de creatie en het beheer van een databank van domeinnamen voor een bepaald top-level domein. Er moet wel vermeld worden dat in gTLDs de registry enkel registraties zal aanvaarden van registrars die door ICANN zijn geaccrediteerd (‘ICANN-accredited registrars’). Voor een particulier die enkel een domeinnaam wil laten registreren zijn dus eigenlijk enkel de ‘registrars’ van belang.
Wereldwijd verschillen de procedures. Wat betreft het .be-domein geldt het volgende. Indien u een firma bent, en u bereid bent om de voorwaarden van DNS Belgium te aanvaarden, dan kunt u een agent worden. Deze voorwaarden zijn te raadplegen via deze link.
Domeinnamen kunnen geregistreerd worden via een registrar (of ‘agent’). Deze agenten/ registrars kunnen automatisch domeinnamen registreren en de gegevens aanpassen van de domeinnamen die via hen werden geregistreerd. Elke agent heeft zijn eigen voorwaarden, procedures en tarieven. Voordat u uw domeinnaam via een agent laat registreren, kijkt u best na of u akkoord bent met diens voorwaarden. De meest complete lijsten van registrars vindt men terug op de websites van de registry operator. Klik hier voor een lijst van registrars van domeinnamen in het .be-domein.
Het is geen enkel probleem om, met betrekking tot een bepaalde domeinnaam, naar een andere registrar over te stappen. De domeinnaam en zijn licentiehouder veranderen dan als het ware van onderdak. Een transfer impliceert dat uw registratieperiode opnieuw start en dat de nieuwe agent hiervoor een prijs zal vragen aangezien hij zelf de prijs van een nieuwe registratie zal moeten betalen aan DNS BE – die weliswaar volledig op de verhuizer wordt verhaald. Er kunnen voldoende redenen aangehaald worden om een transfer van uw domeinnaam te motiveren. Zo is het mogelijk dat uw huidige agent te duur is, dat er te veel bijkomende of verborgen kosten zijn of dat de klantendienst onbereikbaar is.
Zolang u een naam en een adres heeft, kan u de meeste domeinnamen bestellen. Toch kent de domeinnaammarkt belangrijke beperkingen. Wat betreft de gTLDs is er het onderscheid tussen de ‘restricted’ en ‘unrestricted domains’. Wat betreft de ccTLDs lopen enkele landen nog achter met de liberalisering van hun domeinnaammarkt. Ook in België konden tot voor twee jaar enkel in België residerende bedrijven een .be domeinnaam bestellen. Onder meer voor de volgende domeinnamen moet men in het land van kwestie verblijven: .fr (Frankrijk), .dk (Denemarken), .jp (Japan), .au (Australië), .tw (Taiwan), .hk (Hong Kong).
Vanaf 1 maart 2004 bestaat de mogelijkheid om domeinnamen te registreren die niet enkel opgebouwd zijn uit de klassieke 26 letters, tien cijfers en het streepje, maar ook uit geaccentueerde karakters, zoals é, à en ö. Dit zijn zogenaamde IDN (Internationalized Domain Names). Het is belangrijk te benadrukken dat dit enkel mogelijk is voor bepaalde domeinextensies. Voor bepaalde ccTLD's, zoals .cn (China) en .jp (Japan), is het reeds geruime tijd mogelijk om domeinnamen te registreren met locale karakters. Ook voor .com, .net en .org was het reeds mogelijk voor 1 maart 2004. Verisign – de registry operator voor het .com- en het .net-domein – spreekt wel nog over een "testbed". Dit wil zeggen dat een domeinnaam, geregistreerd met een geaccentueerd karakter, zou kunnen verwijderd worden als de technische IDN standaard zou veranderen. Sedert 1 maart 2004 hebben Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Liechtenstein en Hongarije de mogelijkheid opengesteld om domeinnamen met geaccentueerde karakters te registreren. DNS België heeft beslist om voorlopig nog geen IDN domeinnamen aan te bieden in het .be domein. Ook Nederland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië en andere Europese landen evalueren nog wat ze zullen doen.
WHOIS is de naam voor het commando om informatie over een bepaalde domeinnaam te verkrijgen. Bij het uitvoeren van een WHOIS ga je connectie maken met de whois-server van het desbetreffende domein. Je voert de domeinnaam in en je krijgt informatie over de domeinnaam terug. Ofwel is er geen informatie (de domeinnaam is nog niet geregistreerd), ofwel krijg je informatie betreffende de eigenaar van de domeinnaam. Indien je dus wil weten wie de eigenaar is van een domeinnaam, zal je het Whois-commando moeten gebruiken. Hiervoor bestaat speciale software, maar de meeste registrars bieden modules aan waardoor het opzoekingswerk zeer makkelijk kan verlopen.
Neen, dit is strijdig met de Belgische wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en een dergelijke lijst zou sowieso misbruikt worden voor spamming. Om informatie te verkrijgen kan een whois-dienst gebruikt worden. Zo kan men bijvoorbeeld zoekopdrachten uitvoeren via whois-servers zoals whois.dns.be. Het veelvuldig raadplegen van een whois-server zal echter aanzien worden als een misbruik, hetgeen kan leiden tot het tijdelijk blokkeren van uw IP-adres.
Ja. Een beroemd voorbeeld is scrabble.com. De domeinnaam geeft – tengevolge van een gerechtelijke uitspraak – toegang tot zowel de site van Hasbro, merkengerechtigd voor het merk scrabble in Canada en de VS, als tot die van concurrent Mattel, merkengerechtigd in de rest van de wereld. Overigens kan natuurlijk ook in goed overleg een naam gedeeld worden. Winterthur.ch is een Zwitsers domein waarvan de URL toegang geeft zowel tot de bekende verzekeraar als tot de stad Winterthur. Een Nederlands voorbeeld is de naam trademark.nl.
Prijzen van domeinnamen verschillen naargelang hun extensie. De domeinnamen
worden namelijk door verschillende registries beheerd. Deze mogen vrij hun
prijs kiezen. Dit is echter maar een deel van prijs die de registrars
vragen. Zij zijn immers gericht op het maken van winst.
Wat betreft het .be-domein rekent DNS BE aan zijn agenten 6 EUR (excl. BTW)
aan voor de licentie van een jaar voor een domeinnaam en 6 EUR (excl. BTW)
voor elke jaarlijkse hernieuwing van de licentie. Maar DNS BE legt geen
vaste prijs op aan de agenten (of registrars). De agent is vrij zijn eigen
prijsstrategie te bepalen in functie van zijn kosten en de geleverde
diensten. Er heerst wel de overtuiging dat het aantal agenten en de
onderlinge concurrentie garant staan voor een eerlijke marktprijs voor een
domeinnaam.
In principe wel. De meeste domeinnamen mag u vrij verhandelen. Er zijn echter uitzonderingen. Hieronder wordt de werkwijze bij een .be-domeinnaam beschreven. Voor andere extensies gebeurt dit op een gelijkaardige manier. Ten eerste moet u bij de registrar waar u de domeinnaam hebt laten registreren een aanvraag indienen voor een trade van de domeinnaam in kwestie. Vervolgens wordt de koper door de registrars een bepaalde som aangerekend voor de vernieuwing van de domeinnaam. Eenmaal dit gebeurd is, vraagt de registrar de trade aan bij DNS België. De laatstgenoemde stuurt daaropvolgend naar zowel de verkoper als de koper een e-mail waarin zij gevraagd worden de verkoop te bevestigen. Nadat ze allebei bevestigd hebben, is de transactie voltrokken.
De domeinnaam in URLs (www.domein.be of www.domein.com, ...) of in e-mail adressen (voornaam.familienaam@domein.xxx) zegt iets over de identiteit van een website of persoon. Men kan zich afvragen wie er recht heeft op een bepaalde domeinnaam. Domeinnamen in de topdomeinen worden in beginsel verwerkt op een "first come, first served" basis, wat betekent dat zomaar iedereen een domeinnaam kan registeren. Individuen of bedrijven trachten hier munt uit te slaan door nog niet bestaande domeinnamen van bij voorkeur bestaande bedrijven of veel voorkomende woorden (bv. www.football.com) te registreren, in de hoop om die domeinnaam later te kunnen verkopen. In veel landen bestaat er ondertussen wetgeving ter bestrijding van dit fenomeen. In België is dit de Wet van 26 juni 2003 betreffende het wederrechtelijk registreren van domeinnamen.
Ook al wordt domeinnaamkaping tegenwoordig juridisch beteugeld, voorkomen is
nog steeds beter dan genezen. Aangezien de domeinnaamregistratie principieel
geregeld wordt op basis van de “first come, first served”-regel, kan men
door domeinnamen preventief te registreren, voorkomen dat een
domeinnaamkaper er later mee aan de haal gaat.
Als je een bepaalde domeinnaam op het oog hebt, is het ook verstandig om na
te gaan welke variaties op die domeinnaam interessant zouden kunnen zijn
voor domeinnaamkapers. Denk daarbij aan de enkelvouds- of meervoudsvorm van
de domeinnaam en aan domeinnamen met streepjes (“-”) tussen de woorden in de
naam. Voor woorden die vaak fout gespeld worden kun je ook uit voorzorg de
fout gespelde domeinnamen registreren. Dit alles lijkt misschien overdreven,
maar bedenk wel dat een .be-domeinnaam weinig kost. Zeker voor bedrijven en
merknaamhouders is het een kleine moeite om ook de belangrijkste variaties
op de door hen beoogde domeinnaam vast te leggen. Een juridische procedure
om een domeinnaam terug te krijgen van een domeinkaper zal vele malen
duurder zijn.
Naast het registreren van variaties op de domeinnaam is het ook belangrijk
om naar verschillende extensies te kijken. Kijk bijvoorbeeld of het
verstandig is om naast het .be-domein ook de .com-, .net- en .org-domeinnaam
te registreren.
Typosquatting bestaat erin een domeinnaam te laten registreren die in feite een opzettelijke tikfout bevat. De registrant gokt erop dat de internaut het foute adres zal intikken die de laatstgenoemde op zijn website doet belanden. Een fictief voorbeeld hiervan zou de registratie van de naam www.mircrosoft.com kunnen zijn. Dit lijkt eventueel vergezocht, maar deze situatie wordt duidelijk bedreigender als zou blijken dat een concurrent van Microsoft de domeinnaam liet registreren, en alle bezoekers zou omleiden naar de eigen website.
Indien het niet lukt om via een constructieve dialoog de licentiehouder te overhalen om de domeinnaam over te dragen of te verkopen, dan ontstaat er normalerwijze een geschil dat beslecht zal moeten worden. Domeinnaamgeschillen worden in de eerste plaats buitengerechtelijk beslecht, hoewel het steeds mogelijk is om het geschil voor de bevoegde rechtbank te brengen. De domeinnaamgeschillen vallen dus vooreerst in het domein van de ‘Alternative Dispute Resolution’ of ‘ADR’. De verschillende reglementen die de buitengerechtelijke beslechting van deze geschillen beschrijven, gaan ten gronde op eenzelfde manier te werk. Los van procedurele elementen inzake termijnen, bevoegde instanties, hoger beroep etc. zal de klager steeds drie zaken moeten aantonen opdat de domeinnaam in kwestie wordt overgedragen of wordt geschrapt. Ten eerste zal hij moeten bewijzen dat de domeinnaam van de licentiehouder identiek is aan of grote gelijkenis vertoont met een merk, een handelsnaam, een maatschappelijke benaming of vennootschapsnaam, een persoonsnaam of een andere aanduiding op dewelke de aanklager rechten heeft. Ten tweede moet hij bewijzen dat de licentiehouder geen rechten of legitieme belangen heeft ten opzichte van de domeinnaam, en ten derde moet hij bewijzen dat de domeinnaam van de licentiehouder te kwader trouw geregistreerd werd of gebruikt wordt. Dit laatste element is in vele domeinnaamgeschillen het meest cruciaal.
In essentie legde ICANN in de UDRP de grondslag van een alternatieve geschillenbeslechtingsprocedure voor geschillen over domeinnamen uit bepaalde ‘generieke top-level domeinen’ die een vermeende inbreuk maken op merken. De procedure, die nader uitgewerkt is in de ‘Rules’, is dus zeker niet opgevat als een universele regeling voor alle domeinnaamgeschillen, maar is sterk gericht op het merkenrecht. Veel van het voorbereidende werk werd immers verricht door de WIPO, de World Intellectual Property Organization. De administratieve procedure uit de UDRP is tot stand gekomen om domeinnaamkaping of cybersquatting te ontmoedigen . Op die manier zouden vermeende slachtoffers niet meer naar de rechter moeten en werd het zodoende mogelijk om dure en langdurige processen te vermijden. Hoewel de UDRP een regeling is die voldoet aan twee belangrijke eisen van alternatieve geschillenbeslechting, namelijk efficiëntie en effectiviteit, worden er tegenwoordig terecht vragen gesteld bij de procedure. Er zijn aanwijzingen dat men door de keuze van de arbiters de beslissing kan sturen. Op deze website kan men een diepgaande bespreking van de UDRP terugvinden.
Praktische fiches opgesteld door ICRI, gecoördineerd door Simon Duerinckx